III. Gebruik van software van derden in eigen applicatie

1. Het gebruiken van software van derden in een eigen applicatie

 

Het volledig ‘from scratch’ schrijven van een programma heeft vaak weinig zin. Veelal zijn er op de markt modules en broncodes beschikbaar die kunnen dienen als basis voor het nieuwe programma of er handig in kunnen worden ingepast. Het internet is een vrijwel onuitputtelijke bron van bruikbare broncode, die vaak zelfs vrij ter beschikking is.

 

Bij het herbruiken van code dient men evenwel voorzichtig te zijn. Wanneer men gebruik maakt van software van derden om op basis daarvan een nieuw werk te creëren of deze in een werk te integreren, is men met handen en voeten gebonden aan de rechthebbende op de oorspronkelijke software. Men heeft zijn toestemming immers nodig voor iedere vorm van exploitatie.

 

Dit geldt ook wanneer de code vrij ter beschikking is op het internet. Vergelijk het met een huis waarvan de deur niet op slot is. Ook daar mag men niet binnen zonder toestemming van de eigenaar. Met software is dit in essentie niet anders. Hoewel de software vaak voor het grijpen ligt en met een druk op de knop kan worden geraadpleegd en gekopieerd, mag de software enkel worden gebruikt mits toestemming van de rechthebbende en binnen de grenzen van de verleende toestemming. Deze toestemming wordt een licentie genoemd. Wanneer men code wil gebruiken, heeft men de plicht naar de licentievoorwaarden te zoeken. Geen licentie betekent geen gebruiksrecht en dus auteursrechtelijke inbreuk. Wanneer men een bestaand programma aanpast, creëert men een afgeleid werk. Wanneer men een nieuw werk creëert op basis van bestaande werken, spreekt men van een samengesteld werk. Afgeleide werken en samengestelde werken zijn werken waarvan de originaliteit steunt op vooraf bestaande werk(en), waarvan originele kenmerken worden overgenomen.

 

De auteur(s) van het afgeleide of samengestelde werk hebben als enigen een auteursrecht op hun werk (het eindprogramma). Dit is een zelfstandig en volwaardig auteursrecht, dat evenwel wordt ingeperkt doordat het afgeleide of samengestelde werk niet kan worden geëxploiteerd zonder de toestemming van de houder van het auteursrecht op het oorspronkelijke werk.

 

De licentie die men zelf krijgt op de code die men in zijn programma incorporeert, bepaalt dus mee de eindlicentie die op het gehele werk kan worden verleend. Indien men geen licentie heeft op een werk dat men in zijn programma incorporeert, kan de rechthebbende de staking vorderen van ieder gebruik van het uiteindelijke werk alsook vergoeding van zijn schade eisen. De financiële gevolgen hiervan zijn vaak aanzienlijk.

 

Helaas zijn de Auteurswet en de Softwarewet niet volledig mee met hun tijd. Het criterium dat wordt gehanteerd om te bepalen of een licentie nodig is, is de vraag of originele kenmerken van de oorspronkelijke software worden overgenomen. Is dit niet het geval (bv. de software wordt louter aangeroepen maar niet gekopieerd), dan heeft men de toestemming van de oorspronkelijke auteur in principe niet nodig. In de praktijk geeft dit vaak aanleiding tot ingewikkelde discussies.

 

2. Het klonen van software

 

Het bekomen van een licentie op software is natuurlijk sneller gezegd dan gedaan. Het kan onmogelijk zijn om de rechthebbende te contacteren of de licentie kan te duur zijn of incompatibel met de licentie die men zelf wil verlenen, om maar enkele van de mogelijke problemen op te noemen. Soms is een programma van een concurrent zo succesvol dat het de moeite loont om een programma te ontwikkelen met dezelfde functionaliteiten. De vraag stelt zich dan of men de software mag klonen.

 

Het auteursrecht beschermt de expressie van een programma in al haar vormen. Dit is dus de code en de veruitwendiging van het programma. Wat niet beschermd is onder het auteursrecht, zijn de ideeën en de beginselen die aan de basis liggen van een programma. Mits het correct gebeurt, is het dan ook mogelijk om een programma te vervaardigen met dezelfde functie zonder dat daarbij een inbreuk wordt gepleegd op het auteursrecht van het voorbeeld. Dit werd internationaal reeds diverse malen in rechte bevestigd. Het ontwikkelen van een dergelijk niet-inbreukmakend programma met dezelfde functie, wordt klonen genoemd.

 

Natuurlijk dient men bij het klonen erop te letten dat geen originele elementen van het voorbeeld worden overgenomen. Indien zulks gebeurt, zal er wel degelijk sprake zijn van een auteursrechtelijke inbreuk. Het louter vertalen van een programma naar een andere taal is bv. niet voldoende.

 

3. Software in het publieke domein en shareware

 

Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, dient een softwareapplicatie oorspronkelijk/origineel te zijn in die zin dat het een eigen intellectuele schepping is van de auteur. Software welke slechts banaal is, komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking, en kan  in principe vrij worden gekopieerd. De auteur van banale software heeft dus geen auteursrechten. De houder van de auteursrechten van een originele softwareapplicatie daarentegen heeft het alleenrecht over de vermogensrechten van reproductie, vertaling, bewerking, aanpassing en distributie, en de morele rechten. Let wel, het is niet omdat code slechts kort is dat deze noodzakelijk banaal is. De lengte van een werk is immers geen toe te passen criterium. Het enige criterium dat telt, is originaliteit en de lat wordt door de rechtbanken over het algemeen vrij laag gelegd.

 

Software welke behoort tot het publieke domein, is software waarop de auteur alle rechten heeft opgegeven of waarop, zoals hierboven vermeld, niemand rechten kan laten gelden. Dergelijke software kan vrij worden gebruikt, gereproduceerd of uitgevoerd, zonder dat hiertoe toestemming dient te worden gevraagd of een vergoeding betaald. Publieke domeinsoftware kan zelfs door derden als eigen werk worden voorgesteld, en door het origineel aan te passen, kunnen derden bepaalde versies van de publieke domeinsoftware weer uit het publieke domein halen.

 

Shareware is geen publieke domeinsoftware en ook geen vrije software. Het is software die door de eigenaar ter beschikking wordt gesteld, maar waarop veelal alle rechten worden voorbehouden. Zo worden oude spelletjes bv. vaak als shareware op het internet ter beschikking gesteld om gratis te worden gespeeld door consumenten. Andere ontwikkelaars mogen de code evenwel niet zomaar overnemen zoals bij publieke domeinsoftware het geval is.

 

4. Free and open source software (FOSS)

 

De free/open source licentie is een software licentie die veel meer toelaat dan gebruikelijk is onder klassieke licentieovereenkomsten. Toch is zij in essentie nog steeds een licentieovereenkomst. Door middel van deze overeenkomst verleent de auteur het recht aan derden om zijn software te gebruiken onder bepaalde voorwaarden.

 

Wanneer men free/open source gebruikt in zijn eigen applicatie, dient men de voorwaarden die in de toepasselijke licentie worden gesteld dan ook na te leven, net zoals dit het geval is voor klassieke licentieovereenkomsten.

Ywein Van den Brande
editie 2012
contacteer crealaw
ICT Law Partners bvba
Witte Patersstraat 4
B- 1040 Brussel 
Btw: BE 0832.298.008
  • Black LinkedIn Icon

Copyright © 2017 Crealaw - ICT Law Partners